Psychotherapie: Cognitieve gedragstherapie

Wat?

Cognitieve gedragstherapie is een therapievorm waarbij gedachten en gedrag centraal staan.  Iedere situatie waarin iemand terecht komt ontlokt spontane interpretaties of gedachten.  Op basis van deze interpretaties zal die persoon zich op een bepaalde manier gaan gedragen in die situatie.  De interpretaties die iemand maakt over een bepaalde situatie zijn het resultaat van leerprocessen.  Als iemand bijvoorbeeld in zijn kindertijd geobserveerd heeft dat één van zijn ouders steeds heel angstig werd in een bepaalde situatie, is de kans groot dat hijzelf op latere leeftijd die situatie als gevaarlijk gaat beoordelen en ook angst zal ervaren.  Als hij die situaties dan probeert te vermijden of te ontvluchten telkens hij ermee geconfronteerd wordt, kan hij niet ervaren dat het eigenlijk om een ongevaarlijke situatie gaat.  Zo leidt zijn gedrag ertoe dat de manier waarop hij een bepaalde situatie interpreteert, niet kan veranderen. 

Binnen cognitieve gedragstherapie kan je leren anders te denken over bepaalde situaties en je er anders in te gedragen.   Als je er, met de hulp van de gedragstherapeut, in slaagt om je spontane interpretaties kritisch te gaan bekijken en je anders te gaan gedragen in bepaalde situaties zal er ook een verandering komen in hoe je je voelt in die situaties.  Zo kan je situaties die negatieve emoties bij jou ontlokken, op termijn anders gaan ervaren; minder angstaanjagend, minder schuldbeladen of minder deprimerend…..  

Hoe?

Een gedragstherapeut zal steeds beginnen met je klacht uitgebreid te bevragen.  Hij zal ook vragen naar andere klachten en naar wat wel goed gaat, jouw sterke kanten m.a.w..  Hij zal eveneens vragen naar het ontstaan van de klacht en zal, samen met jou, proberen te achterhalen wat gemaakt heeft dat de klacht is blijven bestaan, m.a.w. wat de instandhoudende factoren zijn geweest.  Vervolgens zal hij je een probleemsamenhang (een schets van hoe het ene probleem leidt tot andere problemen en hoe ze mekaar in stand houden) voorleggen en nagaan of jij je daarin herkent.  In gezamenlijk overleg zal er beslist worden aan welk probleem er eerst zal gewerkt worden en welke de doelstellingen voor de therapie zijn.  Je krijgt ook uitleg over de manier waarop het probleem zal aangepakt worden.   Gedragstherapeuten proberen steeds beroep te doen op behandelingen waarvan reeds bewezen is dat ze effectief zijn bij een bepaald probleem.

Bij gedragstherapie ligt de controle over het verloop van de therapie bij de patiënt.  De gedragstherapeut zal omschrijven hoe hij het probleem ziet en wat manieren zijn om eraan te werken, maar uiteindelijk bepaal je zelf het verloop van de therapie.  Je beslist over de doelstellingen en het tempo van de therapie.  Als patiënt krijg je ook een actieve rol in de therapie; je zal vaak de gelegenheid krijgen om te oefenen met bijvoorbeeld nieuwe manieren om met een situatie om te gaan.  Soms worden ook de mensen uit je nabije omgeving bij de therapie betrokken.  Zo worden zij actief betrokken bij de veranderingen die jij doorvoert en leren ze daar op een adequate manier mee omgaan.  Dat zal het voor jou makkelijker maken om die veranderingen vol te houden.

In gedragstherapie wordt er steeds stapsgewijs naar een oplossing gewerkt.  De therapeut zal regelmatig de resultaten van de therapie bespreken.  Dit voorlopig resultaat wordt dan vergeleken met de doelstellingen die je in het begin van de therapie gesteld had.  De duur van de therapie varieert naargelang de aard van de problematiek en de vraag van de patiënt.